Columns Joukje 2008

Geschreven door Gast auteur op . Geplaatst in Column quarterlife crisis

Columns 2008

Joukje Hylkema (1977) heeft de koe bij de horens gevat en het roer omgegooit. Ze doet nu wat ze leuk vind en wat ze zelf wil en heeft de quarterlifequests achter haar gelaten. In haar column beschrijft ze maandelijks vooral herkenbare situaties waarmee je te maken kunt krijgen als je tussen de 20 en 30 jaar bent.

Joukje Hylkema is eigenaar van Tinksels communicatie & pr (www.tinksels.nl) en woont samen met haar man en twee kinderen.

 

joukje@tinksels.nl

Tot slot

Alles eindigt, alles stopt of alles houdt een keer op. Het begint bij de dagelijkse dingen, wekelijkse of maandelijkse. Ik besluit mijn reeks columns voor Quarterlifequest vandaag, in december. Het zit erop. Ik hoop dat jullie mijn verhalen met plezier en interesse hebben gelezen en vooral, dat je er iets aan hebt gehad. Dat je een inzicht, vergelijking of idee hebt gekregen.

Het jaar eindigt; nog 9 dagen vandaag. Het voelt als een soort apotheose, bijna spannend, omdat iedereen hetzelfde meemaakt. Een soort samenhorigheidsgevoel zoals dat bij de tijd van kerst hoort. We kijken terug, we denken aan het voorjaar, de zomer en de herfst. De warme zomer en de eerste sneeuw die viel. We denken aan wie we dit jaar verloren hebben, aan wie dit jaar als kleintje bij ons kwamen en bijvoorbeeld aan bruiloften. Voor mij was dit wel een woelig jaar, als ik dat even met jullie mag delen.

Tinksels is geboren, mijn eigen bedrijf, mijn derde ‘kindje’. We zijn verhuisd met ons gezin, van stad naar dorp, van drukke straten naar de rust van het buitengebied. Mijn lieve vriendin kreeg een dochter, mijn andere vriendinnetje ging trouwen en ik mocht getuigen en mijn schoonzusje krijgt volgend jaar een kindje. Allemaal mooie dingen waar liefde in zit.

En de dingen gaan door, zoals dat moet. Mijn zoon werd vier en mijn dochter vierder haar eerste verjaardag. We kenden wat tegenslag, maar dat mocht geen naam hebben, het ging vooral erg goed dit jaar. Een gelukkig jaar dus tot op heden.

Het slot betekent ook dat het leven eindig is. Mijn oude lieve ‘beppe’ gaat dood. Mijn mobiel ligt de hele dag bij me, wachtend op een telefoontje van mijn ouders. Ze is zo oud, 94 jaar en het is goed zo. Maar soms wacht het leven nog even om om te schakelen naar de andere kant. Vanaf dat moment gebeurt er iets belangrijks, vanaf het moment dat beppe sterft, zijn we geen kleinkinderen meer, maar kinderen. Onze ouders zijn geen kinderen meer maar echte opa’s en oma’s. En onze kinderen zijn de nieuwe kleinkinderen. Een generatie stapt af en er vormt zich automatisch een nieuwe.

Mijn jaar eindigt dus waarschijnlijk met een verlies, maar wel met mooie herinneringen aan het jaar, met een bijdrage aan jullie leven in de vorm van deze columns. Lieve beppe, slaap lekker.

Tom en de Kaart (oktober 2008)

Excuus op de eerste plaats dat mijn trouwe lezers zo lang op de oktobercolumn moesten wachten. Ik was op vakantie. Slecht excuus ‘dan had je maar beter moeten plannen, iets in het voor moeten werken’. Ik wil in elk geval graag iets kwijt over Tom.

Tom is tegenwoordig ieders vriend. Altijd mee: naar de supermarkt, dagelijks mee naar het werk en mee naar de woonboulevard aan de andere kant van het land. Tom vertelt je precies waar je langs moet. Handig, als je zelf niet wilt zoeken of als je het lastig vind kaart te hanteren. Tom navigeert je door dorpen en steden, over snelwegen en landweggetjes. Tom navigeert je door het leven.

Daartegenover heb je de Kaart. Een passief stuk papier met diezelfde landweggetjes, snelwegen dorpen en steden. Alleen hij laat je zwemmen, door kanalen en meren.

Even terug naar mijn vakantie. Een prachtig toeristisch stadje bekeken en terug naar onze stek; ik reed met onze zoon, schoonzus en zwager in de auto en in de andere bolide zat Tom. Zijn berijders vertrouwen hem en voeren blind om hem. Wij pakten de verfomfaaide kaart en zochten vlak 32 op; van Bronkhorst naar Vierakker. Binnen no-time waren we terug, gewonnen! Tom arriveerde later terwijl al aan de wijn zaten.

Tom navigeert mensen door het leven. Zegt precies welke kruispunten je moet nemen en of je bij de T-slitsing links- of rechtsaf moet gaan. De kaart zegt niets. Hij laat je zelf keuzes maken. Wil je Tom’s vriend zijn of die van de Kaart? Het lijkt mij goed je eigen keuzes te maken, naar je eigen gevoel te luisteren en te vertrouwen op je eigen intuïtie: de route in je eigen leven. Ik houd van de Kaart. Wij zijn nog steeds van die mensen die met een kaart door het land navigeren. Zonder Tom, die komt er bij ons niet in (voorlopig). Het heeft wel iets, lekker kneuterig zoeken naar onze weg. Wij komen er ook wel.

Volgende column lijkt me geen probleem, de deadline althans. Ik heb geen vakantie gepland, wel een verhuizing. Verandering van spijs doet eten. Daar zou toch inspiratie uit voort moeten komen?

Passie en de vallende ster (september 2008)

Gisteravond had ik een vrijgezellenfeest. Ik heb tijdens dit feest twee vrouwen ontmoet die glanzen van oor tot oor. Ze zijn beiden smoorverliefd. Op hun werk. We zijn allemaal gewend om na onze studie de baan te zoeken die bij die studie hoort. Met als gevolg dat we eigenlijk keurig in een raamwerkje vallen van perfecte werknemers in de juiste functie. En daar dan jaren in te blijven zitten. Meestal gaat dit goed. Soms kies je een andere koers. Bij Edith en Ilse kriebelde dit en ze voelden water stromen wat een zijvertakking zocht in de grote stromende rivier.

Ilse liet zich inspireren door de droom van haar man om ‘iets met de handen te gaan doen of iets te verbouwen’. Het werd een wijngaard, één van de grootste van Nederland. Ze oogsten dit jaar (hun achtste oogstjaar) zo’n 20.000 liter wijn. Santé!

Edith heeft gisteravond voor ons gekookt. Voor negen dames heeft ze zich werkelijk uitgesloofd en een heerlijke Italiaanse maaltijd neergezet. Vooraf aan die maaltijd hebben wij als vriendinnen bij de bruid in spé buiten tafels neergezet en met slingers, ballonnen en fakkels de tuin versiert. Edith zorgde voor tafellakens tot roosjes op tafel. Werkelijk subliem! En erg sfeervol. We hebben genoten van iets anders. Anders dan uit eten gaan. Iets doen wat meer bij gevoel dan bij rationaliteit ligt.

Toen de koffie met vijf soorten cake op was ging Edith weer naar huis. Ik voelde de sterke drang nog even met haar mee te lopen naar de auto. En wat was ik blij dat ik dit heb gedaan. Toen we nog even samen onder de carport stonden te praten keken we naar de miljoenen sterren die de augustushemel sierden. En daar viel hij. Hij viel en niet zo zacht ook. Een immens gele ster gleed langs de hemel en kreeg een geel/rode staart. Nog nooit heb ik zo’n prachtige duidelijke vallende ster gezien. Een heel duidelijk teken dat ik met een vrouw stond te praten die mij op dat moment inspireerde met haar vak. Zij heeft passie voor haar vak. En dat is zo belangrijk, doen wat je echt leuk vind. Het is natuurlijk een proces wat zich niet van de ene op de andere dag voltrekt, maar wel iets met prachtig resultaat. Ik herkende haar passie en samen met de vallende ster voelden we samen passie van ons beider vak. Zij kookt en ik schrijf. Misschien moeten we samen nog eens een boek schrijven…..

Ontwikkel je passie en geef eraan toe. Durf ernaar te leven en maak er iets moois van. En kijk eens naar boven, misschien valt er een ster op je bord. Dan mag je volgens de traditie een wens doen. Wens dan passie en plezier…!!

Verlicht (augustus 2008)

28 Graden, 22.22 uur, kaarsje, rosétje en versgebakken brood met gekregen honing-tijm mosterd. Dan is het lekkerder, als je het van iemand krijgt. Ik zit in m’n eentje, maar ik voel me heel romantisch en het komt niet van de rosé, ik heb het glas net ingeschonken. Wederom een perfect moment om mijn verhaal op papier te zetten. Op een of andere rare manier wacht ik altijd tot de laatste dag van de maand met het schrijven van mijn column.

Sinds vanavond voel me Verlicht. Het boeddhisme omschrijft Verlichting ook wel als ‘ontwaking’ en ‘begrijpen’. Doen wat je roeping is, werkelijk jezelf zijn, leven vanuit je hart, vanuit je diepste zijn onafhankelijk zijn, het (je) realiseren van wie of wat je in wezen zelf bent. Ik voel me heerlijk, boven alles staand, de wereld aankunnend. De laatste tijd inspireert zo veel mij, dat ik er soms gek van wordt. In alle opmerkingen van mensen waarmee ik in gesprek ben, advertenties in de krant of situaties waarin ik terecht kom voel ik een drang om er iets mee te doen. Ik heb meer inzicht gekregen in de dingen, in de woorden, de betekenis ervan. Het voelt alsof ik zweef, alsof alles wat ik echt graag wil, ook echt gaat lukken. Alsof er maar een heel dun laagje vel over m’n hart zit, en dat ik dat wat er in m’n ziel gebeurt, kan voelen. Ik barst uit m’n voegen, wordt soms misselijk van ideeën voor projecten voor klanten of m’n bedrijf. Ze komen bovendrijven als bubbels uit water. Projecten slagen stuk voor stuk met vlag en wimpel. Het toverwoord van alles? Inspiratie.

En hoe kwam het nu dat ik dit vanavond zag? Het licht zag? Ik wist dat Mathilde Santing een nummer had, Inspiratie. Vanavond heb ik eens heel goed naar het lied geluisterd, met de tekst erbij. En ik kreeg tranen in m’n ogen van blijdschap, van geluk en herkenning. De laatste tijd voel ik me precies zoals de tekst van het nummer gaat. Ik wil je hier graag in delen:

Hoe komt een idee ooit tot stand, kan z`on gedachte ontstaan.
Waar komt dat helder ogenblik, dat inzicht toch vandaan.
Dat komt door ons zin voor zin, gaven wij die woorden in, die fluisterden mij toe.
Hoe kreeg jij ooit een idee, vroeg jij dat nooit eens af.
Het was de stem van een van ons, die jouw het inzicht gaf.[……]

De mens bereikt op die manier, het hogere niveau.[…..]
We noemen het inspiratie, adem van de geest.

En dan opeens, midden in het maken van deze column stopt mijn computer, alles valt uit. Daar zit ik dan, zonder muziek en bijna uitgebrande kaarsen. Beide beentjes direct op de grond. Weg romantiek. Rotaccu, leeg. Weg Verlichting, weg sfeer. Tja, zo is het leven ook naast die Verlichting. Er is gewoon toch echt stroom nodig.

Het stille water (juli 2008)

Drie weken gelden werd ik gewezen op het feit dat een verkeerde keuze maken zulke enorme gevolgen kan hebben. Bijna eng en confronterend. Ik hoorde van heel dichtbij het verhaal van een tragisch ongeluk. Vijf mannen hadden overdag een zakelijk feestje gehad en borrelden op de warme zomeravond nog even door. Jan, zo noem ik de hoofdpersoon in kwestie, wilde naar huis. Het was mooi geweest, de werkweek zat erop en hij wilde naar z’n vrouw en vier zonen. De heren hadden allemaal een borrel op, rebelsheid won het van verstand. Een van de andere mannen had een snelle, hele snelle speedboot. Jan kon kiezen, of een uur wachten op de taxi die hem veilig naar huis bracht, of met z’n vrienden mee zodat hij snel, via het water naar huis kon. Hij twijfelde en twijfelde en nam uiteindelijk de verkeerde keuze. Hij ging met de mannen mee op de snelle boot. Dit werd Jan fataal. Door een tragisch ongeluk verloor Jan z’n kostbare leven; een gezin kapot, een dorp verslagen. En dat allemaal door het maken van de verkeerde keuze. Of Jan de keuze heeft gemaakt op basis van verstand of gevoel, dat zal niemand weten.

Ik heb de keus gemaakt om een eigen bedrijf op te zetten. Een keus op basis van gevoel, puur gevoel. Een Friezin gaat niet over één nacht ijs. Afwegen, niet impulsief, maar luisteren en twijfelen. En dan op een bepaald moment geeft dat nuchtere stemmetje je in dat je links moet gaan. En dat deed ik. Voor mij was het de beste keus ooit gemaakt. Eentje waarbij ik een level hoger leef. Beter leef.

Evelyn schreef het al op deze site: “Bovendien is kiezen als proces tevens verbonden aan je persoonlijke morele oriëntatie. Aangezien ideeën over goed en kwaad, richtlijnen over ‘hoe het hoort’ en andere gedragscodes steeds minder in de buitenwereld kunnen worden gevonden, zijn mensen dus sterk op zichzelf aangewezen. Er wordt, met andere woorden, een beroep gedaan op je innerlijke morele oriëntatie – je eigen waarden, overtuigingen en idealen. Dit veronderstelt een goed zelfbeeld, veel zelfkennis en een gedegen zelfcontact”.

Als je in de fase zit van twijfel, zoals een quarterlifecrisis kan zijn, niet wetende wat je moet doen, luister dan. Luister naar jezelf en naar wat je gevoel je ingeeft. Meestal heb je het bij het rechte eind. En laat je niet overtuigen door anderen om mee het stille water op te gaan, zoals Jan deed.

Mijn doosje drugs (juni 2008)

Eindelijk, ik heb het gekocht. Al een tijd lag het naar me te lonken. Vierkant, met bijna kitscherige afwerking. Ik houd daar helemaal niet van, van kitsch. Overdreven, van alles te veel. Maar voor mijn doel het perfect. Soms beschik ik over enorme hoeveelheden energie. Dan word ik er bijna misselijk van, het voelt als een blokkade in mijn bovenlichaam. Ik krijg er een verhoogde hartslag van en dan weet ik dat er een eruptie komt. Jammer genoeg kan ik die tijdelijke energie niet kwijt. Je kunt namelijk niet altijd even gaan rennen of schreeuwen. Gelukkig hebben we twee lieverds van kids, die het natuurlijk heerlijk vinden dat mama soms lekker meedanst of zingt. Dus de liedjes-cd weer aan, Jan Huigen in de ton met een hoepeltje erom en alledrie vallen we op de grond: ‘nog een keer mama!’en hup, daar gaan we weer. Of uit volle borst meezingen helpt ook om mijn hartkloppingen te temperen. Maar al snel kropt alles weer op. En juist hiervoor heb ik een doosje gekocht. Een vierkant kitscherig doosje zoals ik hierboven beschreef.

Het staat in mijn werkkamer, naast de computer. Er zit niets in en er zal nooit wat in komen. Niets fysieks in elk geval. Als ik van die momenten heb dat ik overstroom van energie, dat ik het niet kwijt kan, doe ik het doosje open en stop denkbeeldig alle energie in dat doosje. Vervolgens doe ik het deksel dicht en ga weer verder waar ik mee bezig was. Die momenten van geluk, de wereld aankunnen, succes en blijdschap zijn heerlijk, ik zweef boven de grond en iedereen om me heen profiteert van dit persoonlijke gevoel.

Maar na zonneschijn wil ook nog wel eens regen komen. Ik bedoel, soms lukt het even niet. Je bent te druk, weet niet hoe je iets aan moet pakken, je hebt energie of slaaptekort of een tekort aan werk. Je hebt van die dagen dat alles misgaat, ’s ochtends wil je haar niet zitten, de melk is op of in mijn geval, de kinderen slurpen de net ontstane energie alweer uit me. Soms ben je even op. Een nachtje goed slapen wil vaak wel helpen, maar directe hulp heb ik juist nodig. Om nu te grijpen naar onorthodoxe manieren, zoals wijn of een snuifje, ben ik niet zo voor. Nooit gedaan en zeker niet de bedoeling. Ach, ‘s avonds een glas wijn is wel lekker ontspannend en relaxed, maar moet geen oplossing bieden.

En daar is doel twee van mijn kitscherige doosje: de verzamelde energie komt nu heel goed van pas. Ik doe het dekseltje open en denk even aan alle energie die ik er laatst ingestopt had. En neem dat tot me zodat ik de wereld weer even wat gekleurder zie. Mijn persoonlijk snuifje, mijn drugs in barre tijden. Na mijn inhalatie voel ik me meteen beter, ik kan de wereld weer aan en ik besef dat het zo slecht nog niet gaat. Even diep zuchten en de zon schijnt weer. Kom maar op met die onweersbui!

Leuke bijkomstigheid: nu weet iedereen in mijn omgeving waar dat doosje voor is. En dat er toch iets inzit. Kijk maar ‘es, je zult zien dat er een glimlach op je gezicht komt!

Romeo en Julia (mei 2008)

Terwijl ik in de zon lig op m’n handdoekje hoor ik de nieuwe vader in spé kwetterend z’n vrouwtje roepen. Werkelijk de hele dag heen en weer, met wormpjes in z’n bek, van grasveld naar het nestje waar z’n vrouw z’n vier aanstaande merelkindjes uitbroed. Zij offert zich 24 uur per dag op om alle warmte te geven aan de eieren in haar nestje zodat er straks sierlijke kwetteraars uitkomen. Hij heeft verlof genomen en haalt de hele dag eten voor haar. Het lijkt of hun wereld stil staat en momenteel alleen om hun kroost draait. Romeo en Julia.

Twee mensen, hij 73 en zij 67, wonen in een appartement in de stad. Zij lijd aan Alzheimer, hij verzorgt haar zo lieflijk dat je niet anders kunt spreken dan van opoffering. Of is het trouw wat ze aan elkaar beloofd hebben? Terwijl hij haar haar kamt, ligt zijn hand liefdevol op haar hoofd. Hij doet haar haarband op grijze hoofd en trekt haar sokken aan. Streelt haar voeten even. Nu, een jaar later, zit ze in een verpleeghuis en zorgen andere mensen voor haar, omdat het thuis niet meer kan. Hij heeft nu wat meer tijd voor zichzelf, moet wat meer rust nemen, maar kan hij dat? Na zoveel jaar voor haar gezorgd te hebben? Dagelijks komt hij nu bij haar, ze herkent hem nog wel, maar de ziekte heeft een behoorlijke greep op haar gekregen. Ze loopt niet meer en praat erg slecht. Maar lacht als ze hem ziet en is nog net zo verliefd.

Wij , ouders van twee prachtige kinderen zijn ook druk met het verzorgen van deze twee bengels. Van ’s ochtends acht tot ’s avonds half acht in touw om ze het leven te leren en gezond en blij op te laten groeien. Wij hebben bewust voor kinderen gekozen en willen leven mét hun, en natuurlijk ook nog samen met ons tweeën. We genieten van hun wijsheid, ontdekkingen en zien hoe groot ze alweer worden, ook al zijn ze nog maar drie en één jaar. We halen enorm veel energie uit ze en ze zorgen ervoor dat relativering belangrijker wordt. Maar soms is er weinig energie over en wil je even terug naar jezelf. En wil je wat meer tijd dan na acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends. Gelukkig hebben onze kinderen een hele lieve opa en oma die heel graag een weekje de zorg over willen nemen. En daar lig ik dan. Op m’n handdoekje in de zon in het gras. Ik hoef niks. De merel kwettert heen en weer en brengt tientallen wormen naar het nest. Ik hoef vanavond niet verantwoord te koken en luiers te verschonen. De man gaat wandelen met z’n vrouw, zodat we weer wat prikkels krijgt om zo dat kleine, maar ook zo belangrijke beetje geluk te proeven. Wij hebben even en paar dagen rust, maar de gewenning is zo ingesleten dat ik die twee lieverds nu, op de tweede dag, al wel mis. En dat mag ook.

Maar net als die merels en net als meneer Dogan heb je soms wat tijd voor jezelf nodig. Meneer en mevrouw merel laten hun jongen straks de wijde wereld invliegen en hebben snel weer tijd voor zichzelf. En wij kunnen ook even bijtanken, even voor onszelf zorgen. Onszelf verwennen met tijd en rust. Donderdag om een uur of twaalf, als onze bloedjes terugkomen sta ik tien minuten van te voren al voor het raam. En ze zijn verandert in die paar dagen, dikkere toet door oma’s verwennerij. Witte koppies en bruine gezichtjes door de zon en vol verhalen. Moe en lekker slapen straks. En dan is vrijdag weer een dag als alle voorgaande en onze rust is weer weg. Maar onze energietank is weer vol. Wij kunnen het pinksterweekend in en genieten van wat we hebben.

Denk zo nu en dan eens aan jezelf, zorg soms even extra voor jezelf en op die manier maak je weer wat extra energie aan!

Kiezen en knarsetanden (april 2008)

Bij het ontbijt begint het al; eet ik een muslibol met kaas, een kom Kellog’s K met halfvolle melk, een boterham of fruit? Thee, optimel, versgeperste jus of een glas melk? Als ik ga douchen heb ik de keus uit verschillende doucheshampoos die bij ons in het doucherekje staan. Ik kies dan de zeep waarvoor ik in de stemming denk te zijn die dag; de douchegel die dezelfde geur als mijn parfum heeft, de scrubdouchegel met lotusbloemengeur of de aloude bekende grote familiefles die mijn huid hydrateert?

Als ik naar mijn klant van die dag ga, kan ik bij de pantry kiezen tussen ‘gewone’ koffie, cappuccino, espresso, Wiener Melange of chocolademelk. Zelfs de sterkte van de koffie, het aantal vleugjes melk of suiker valt aan te geven. Maar ben ik dan echt blij met mijn keuze? In de kantine voor de lunch zit een alleraardigste dame achter de kassa die iedereen op dezelfde manier te woord staat. Alleen bij die aardige overhemdenman zie ik een lach om haar gezicht verschijnen. Een eindeloze keuze broodjes, beleg, warme en koude snacks, vier verschillende soorten salades met elk een vlees- of viskeuze en 4 soorten vruchtensappen. Als je tv kapot is, of zoals laatst mijn stijltang, ga je naar de Mediamarkt of concurrent BCC en koop je een nieuwe. Hoewel, gemakkelijk is dat niet, welgeteld 14 verschillende stijltangen en een drievoud daarvan aan tv’s, verdeeld in plasmaschermen en lcd-tv’s.

Was het leven maar simpeler, hoefden we maar niet zoveel te kiezen. Konden we ’s ochtends gewoon ons kloffie maar aantrekken en gewoon een boterham met kaas eten en een kop thee drinken. Vroeger bij ons thuis (20 jaar geleden) als we uit school kwamen zat m’n moeder klaar met thee. Geen rooibos of groene thee, nee, gewoon met pickwickthee. Die met dat groene labeltje. En een trommel tarwebiscuitjes. Van maandag tot en met vrijdag aten we aardappelen, groente en een stukje vlees, met yoghurt na. Zaterdag kwam de macaroni op tafel en zondag soep, karbonade en vla(!). Eenvoud, maar o wat heerlijk was dat. Ook voor m’n moeder. Ze hoefde niet te kiezen wat ze ging koken, welke hoogstandjes en afwisseling er nu weer van haar verwacht werden. Nee, gewoon de groente uit de tuin en voldoende voedingsstoffen. Onze grootouders hadden het natuurlijk nog simpeler. Natuurlijk kon armoede ook een grote rol spelen in de eenvoud en nog steeds speelt dat bij gezinnen een grote rol. Veel keuze is een gevolg van welvaart en is dat goed? Worden we hier gelukkig van? Een Zwitserse psycholoog heeft dit fenomeen onderzocht en kwam erachter dat we helemaal niet zo gelukkig zijn als we maar van alles te kiezen hebben. Integendeel: depressief worden we ervan.

En ik moet eerlijk zeggen: ik ben ook heel bij als Sonja B. me een boodschappenlijstje, menu en recept in één boek voorschotelt. Lekker makkelijk, niet nadenken wat ik moet koken. En dat ik online bij één winkel mijn kleding kan kopen.

Soms wilde ik wel dat ik in vroegere tijden leefde; maar goed, dan had ik nu niet de mooie momenten mee mogen maken en schreef ik niet knarsetanden deze column omdat ik tijd tekort heb. Daarover later meer.

Big Ben op je voorhoofd (maart 2008)

Het lijkt wel of iedereen je biologische klok hoort, ziet en je constant maar op dat afgaande alarm wijst. Alsof het de Big Ben is waar iedereen elk uur op kijkt. Als je langer dan twee jaar een relatie hebt, zo nog net voor je 30ste, vind je schoonmoeder en vooral je buurvrouw, de telefoniste op de zaak of zelfs je beste vriendin dat je een bevruchte eicel in je lichaam dient te hebben. Althans, je moet daar nu toch wel over uit zijn, of je dat wilt, moeder worden. Want dat hoort zo, toch? En het allerergste is, als je al bent getrouwd word je iedere minuut op je strakke buik gewezen: ‘komt er al een beetje een bolling’?

Maar goed, het is geen discussie; je bent net begonnen aan een nieuwe baan. Je hebt net die superkans gekregen, je baas ziet jou als enige in deze managementpositie en die wil je zeker niet aan iemand anders afstaan. Zeker als vrouw niet. Deze kans krijg je nooit meer. Zo nu en dan een trip naar het hoofdkantoor in Londen en interessante seminars in Dusseldorf. En een riant salaris, met auto van de zaak. Coole bak, je Patagonië-groene BMW 1 Serie 3-deurs, die wil je niet missen.

Nee, er is geen twijfel mogelijk, nu geen zwangerschap. Jullie hebben vrienden in Canada, waar je eigenlijk nog wel naartoe wilt. Nu heb je de kans om die verre reis te maken. Met een kind kan dat natuurlijk niet. Bovendien, Afrika heb je al gezien maar naar de tempels in Bankok of dralen door Pokhara in Nepal wil je ook nog graag.

En eigenlijk, jullie willen eerst verhuizen van je 3-kamerappartement naar een ruime 2-onder-1-kapper in een dorp. Dat is voor de kinderen natuurlijk veel beter, als die er straks komen. Nee, nu dus geen kind, want dat kan niet in je huidige woonsituatie.

Wat ben je toch kritisch en je wilt alles zo tot in de puntjes gepland hebben! Ik herken het wel hoor, ik had ook net een nieuwe baan en ‘ik kon het toch echt niet maken om nu al zwanger te worden’. Maar een zwangerschap kun je niet agenderen. We willen te veel plannen, organiseren en we moeten nog zoveel. Dat hoort bij de dertigercrisis en de huidige maatschappij. De route van je leven zo precies mogelijk uitstippelen, dat kan tegenwoordig.

Maar wat is er nodig voor zo’n hummeltje? Liefde. Meer niet. Want als de liefde tussen jullie er is, komt het met de rest ook wel goed. Denk je dat je die baan met 50-urige werkweek in 3 dagen kunt doen als je straks na je verlof weer aan het werk bent? En hoezo, kind niet mee naar Canada? ’t Is maar net hoe gemakkelijk je daarmee omgaat. Bovendien, in een appartement met twee slaapkamers passenouders en een kindje.

Het mooiste van alles is dat ik bij veel vrouwen in mijn omgeving zie – nu ze zwanger zijn of zijn bevallen – ze een stuk milder en gemakkelijker zijn geworden. Een lopende agenda, druk en het leven strak in de teugels, alles werd gepland. Zodra ze zwanger zijn, komt er een prachtige rust, ‘laissez-faire’ over hen heen. Ze worden relaxed en gemakkelijker. En ze zijn zoveel leuker als mens. En die carrière? Ach, wat is nou belangrijk? Ik wil met deze opmerking niet zeggen dat je als moeder geen werk meer van je zelf moet maken, qua intellectuele uitdaging. Dat kan ook mét een kind. Maar dit hoeft niet met wekelijkse zakenreisjes of overwerk gepaard te gaan.

Die druk die de buitenwereld op je uitoefent is niet prettig. Een buurvrouw van je moeder die al drie keer haar hand op je buik heeft gelegd en vraagt of je al zwanger bent? Of bij dat ene glaasje water tijdens een feestje vraagt of het nu eindelijk al zover is. Rot op, ik bepaal zelf wel wanneer mijn baarmoeder klaar is.

Maar mag ik je een tip geven? Luister heel goed naar jezelf, diep van binnen. En stel jezelf de vraag: Wat vind ik nou echt belangrijk? En waarvan word ik echt gelukkig? En zit er niet over in dat je eierstokken nog niet rammelen, tijd geeft raad. Zelfs de Big Ben.

Multitaskingwoman (februari 2008)

07.19 ben ik wakker. 1 Minuut voordat het alarm op mijn gsm afgaat. Ik trek m’n warme, zachte ochtendjas aan en loop, op de tast, in het donker naar beneden. De verwarming zet ik alvast wat hoger, dan is het straks als ik met de kids beneden kom, lekker warm. De radio alvast zachtjes aan en een pannetje halfvolle melk op het vuur. Ondertussen onze miauwende viervoeter naar buiten laten; het regent, ik weet niet wat het beest bezield om met dit hondenweer naar buiten te willen; zij liever dan ik. Oooohhh, de melk kookt over, kan ik weer opnieuw beginnen. Snel maak ik een papfles en voed een hongerig mondje. Nu moeten we een versnelling omhoog; iedereen in de kleren, verantwoord ontbijt op tafel en nog even snel het speelgoed opruimen, koffiekop klaarzetten voor straks, lampjes uit en naar school. Met twee kids op de fiets trotseer ik de regen en mijnheer de wind. Weer thuisgekomen vis ik de krant van de mat, zet ik koffie, ruim ik op, was ik af en plof ik neer. Zucht….even een moment voor mezelf.

De dag vliegt voorbij en rond 16.30 wordt het tijd om aan het avondeten te beginnen. Rijst, spinazie met abrikozen en pijnboompitjes en een lekker stukje vlees in de pan. Het aanrecht staat vol; eerst even afwassen, maar maak het aanrecht eerst even snel schoon en pak meteen de deuren, vensterbank en het toilet nog even mee. Daarna zet ik het eten op. De wasmachine zet ik ook even aan, dan kan ik vanavond de was opvouwen, dan ligt het weer schoon in de kast. De schone, droge was uit de droger doe ik alvast in de wasmand, dan kan die van avond er meteen bij. Ik haast me terug de keuken in, check nog even m’n mail, want ik verwacht nog een antwoord van een vriendin. Wacht, even terug: wat was ik aan het doen? O ja, de afwas, die staat nog in het water wat ondertussen lauw geworden is. Ik laat het water eruit lopen en zet de warme kraan opnieuw open. Na het eten is het weer een enorme zooi; overal rammelaars, legosteentjes, verkeersopstoppingen en kinderliteratuur op de grond. Ik ruim de tafel leeg en ruim ondertussen wat op. Ik vis de vieze sokken en slabbetjes van de grond, breng ze snel even naar de wasmand en zet de droger aan. Terug in de keuken bedenk ik me: wat was ik ook alweer aan het doen? Ik kijk rond en het is nog steeds een chaos. Ik begin eerst maar eens met de afwas, die staat er nog steeds, veeg meteen even de tafel schoon en die koekjesvlek van de stoel. De autootjes die op de stoel liggen, ruim ik meteen maar even op. Terug in de keuken wacht de afwas nog steeds. Wanneer alles weer schoon in de kasten staat, boen ik tevreden handjes, wangen en billen en verwissel een smoezelige trui, jurk en broek voor frisgewassen pyjama’s. Met gekamde haartjes verdwijnen de kleintjes in hun bedjes. Ik haal de was uit de droger, zet de wasmand mét toren klaar voor de opvouwbrigade en ruim nu echt alle speelgoed op. Nog een keer over het aanrecht, wasbak nog even schoonspoelen en lampen en deuren dicht. Vuilnisemmer legen en schone zak erin. Terug in de woonkamer staat er nog wat op me te wachten: de volle wasmand, met toren. O ja, dáár was ik mee bezig……

Je zou ‘es wat beter naar me moeten luisteren! (januari 2008)

Als het haar niet duidelijk is, moet ik haar misschien een seintje geven. Goed plan, dat ga ik doen, en wel als volgt. Op een zaterdagochtend vroeg wordt ze wakker, stapt uit bed en gaat naar beneden; misselijk, overgeven en totale malaise. Zo erg dat ze over de houten vloer in de woonkamer moet kruipen van de pijn. Maar ze moet bij bewustzijn blijven, zodat ze weet wat er gebeurd. Laat haar de nerven van het hout maar zien. Ze roept om hulp en kan nog maar net de trap op komen. Bij het echtelijk bed aangekomen wil ze haar vriend wakker maken. Ik zet het even een tandje hoger. Ik schakel wat delen in haar hersenen uit; ze heeft geen controle meer over haar spraak en lichaamsbewegingen. Manlief wordt wakker, hij begrijpt dat dit goed mis is, een grijze kleur maakt meester van haar altijd zo frisse gezicht. Boodschap begrepen, op naar de eerste hulp. Maar ja, in het ziekenhuis kunnen ze natuurlijk geen lichamelijke afwijking vinden. Dat was ook niet mijn bedoeling, ze moest alleen wakker geschud worden. Hopelijk leert ze er nu van, dat ze met me solt en dingen doet die niet goed voor haar zijn. Werk doen wat niet leuk is en niet luisteren naar haar gevoel. Het moet maar eens afgelopen zijn.

Eén jaar verstrijkt en ik merk nog steeds geen verbetering. Goed, ik ga haar nog een seintje geven en bezorg haar een flinke hernia. Niet te erg, want ze heeft intussen een baby gekregen waar ze goed voor moet blijven zorgen en hij mag hier niet de dupe van worden.

Nog een jaar later, geen verandering. Ze weet dat ze haar werk niet leuk vind, maar doet er niks aan. Ik herhaal mijn eerste sein en laat haar nog een keer haar controle over haar spraak en bewegingscentrum verliezen. Ze doet er helemaal niks aan, raakt bijna niet eens in paniek! Ze denk zeker dat het erbij hoort, dat is niet de bedoeling! Ze krijgt een dochter, die wil ik haar niet ontnemen. Prachtig en gezond meiske, maar rustig, ho maar. Huilen doet ze, niet te zuinig. Vermoeidheid en machteloosheid in plaats van blijdschap in de kraamtijd en daarna.

Is het haar nu nog niet duidelijk dat ze te veel van me vraagt? Wat wil ze nu eigenlijk allemaal, stel toch eens grenzen! Ze kan niet alles en zeker niet tegelijk, de maat moet eens vol zijn.

Goed, laatste keer; dan hoop ik dat ze inziet dat ze koers moet wijzigen. Ik bezorg haar weer een aanval; niet kunnen praten en spastische bewegingen, zweten, angst, overgeven en ga maar door. 53 minuten lang. Gelukkig gaat ze nu naar de huisarts. Die schrijft een brief voor de neuroloog maar noemt gelukkig al het beestje bij de naam. Natuurlijk vind de aardige neuroloog geen lichamelijke afwijkingen. Maar ik heb gewonnen! Ze heeft het door. Driewerf hoera!

***

Je zou eens wat beter moeten luisteren naar je lichaam. Rugpijn, hoofdpijn, vage klachten waar niemand de oorzaak van kan vinden, lichamelijk gezien dan. Maar wel eens gedacht dat je lijf heel goed een seintje kan geven dat je nu eens radicaal van koers moet veranderen? In mijn geval duurde dat ongeveer 4 jaar en toen pas wist ik: Ja, ik ga het anders doen en ik weet hoe. Het moest maar eens afgelopen zijn met werk doen wat ik niet zo leuk vind, wat niet écht is wat ik wil. Luister goed naar je lijf, want de onzekerheid en onrust in jezelf moet z’n plek weer vinden. En daar is tijd voor nodig. Probeer niet door te razen, maar sta zo nu en dan stil bij de vraag: Wat wil ik nou echt?

Deel dit artikel

    Trackback van jouw site.