
Een ontlastingsonderzoek kan waardevolle informatie geven over de darmgezondheid en mogelijke factoren die bijdragen aan gezondheidsklachten. Het vormt echter altijd één onderdeel van het totale plaatje.
Bij psychische klachten, maag-darmklachten of vermoeidheid geeft ontlastingsonderzoek aan of dit bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een verstoort microbioom, een verzwakt afweersysteem, ontstekingen of voedselallergieën.
De uitslag van het ontlastingsonderzoek geeft duidelijk aan welke interventies tijdens de orthomoleculaire therapie nodig zijn om je darm weer in een goede gezondheid te krijgen. Zo kunnen we gericht hoogwaardige suppletie inzetten en het voedingsadvies aanscherpen.
Een laboratoriumonderzoek is voor mij geen doel op zich. De uitslag krijgt pas betekenis wanneer deze wordt gecombineerd met jouw klachten, leefstijl, voedingspatroon, stressbelasting en medische voorgeschiedenis. Juist die samenhang bepaalt welke vervolgstappen zinvol zijn.
Het ontlastingsonderzoek Basisscreening Darm geeft een overzicht van belangrijke basiswaarden die in de ontlasting kunnen worden gemeten. Hiermee krijgen we inzicht in onder andere de spijsvertering, samenstelling van het microbioom, darmbarrière, slijmvliesafweer en mogelijke ontstekingsactiviteit.
De Basisscreening Darm bestaat uit de volgende onderdelen:
De zuurgraad van de ontlasting hoort binnen een bepaalde bandbreedte te liggen. Een afwijkende pH-waarde kan onder andere samenhangen met veranderingen in de vertering en samenstelling van het microbioom.
De structuur en kleur van de ontlasting geven informatie over de kwaliteit van de ontlasting. Afwijkende waarden kunnen bijvoorbeeld aanwijzingen geven voor verteringsproblemen of aanleiding zijn om verder onderzoek te doen naar mogelijke verstoringen in de darm.
Spijsverteringsresten die in de ontlasting worden aangetroffen, zoals zetmeel, spiervezels en vetzuren, geven informatie over de effectiviteit van de vertering. Hiermee kan bijvoorbeeld worden beoordeeld of voedingsstoffen voldoende worden afgebroken.
De residente microbiota bestaat uit micro-organismen die normaal gesproken deel uitmaken van het darmmicrobioom. Van vijf belangrijke bacteriegroepen wordt gemeten hoeveel bacteriën per gram ontlasting aanwezig zijn.
Naast de residente microbiota kunnen ook transiënte of potentieel ongewenste bacteriën worden aangetroffen. Wanneer bepaalde bacteriën in verhoogde hoeveelheden aanwezig zijn, laat het onderzoek zien hoeveel hiervan per gram ontlasting worden gevonden.
Hierbij wordt onderzocht of er gisten, waaronder Candida-soorten, en schimmels aanwezig zijn.
De dysbiose-index geeft een indicatie van de mate waarin de samenstelling van het onderzochte microbioom uit balans is.
Sommige bacteriën kunnen stoffen produceren die ongunstige effecten hebben op hun omgeving of het lichaam. Deze zogenaamde virulentiefactoren kunnen bijdragen aan belasting van onder andere het darmslijmvlies en de verwerking van bacteriële metabolieten door het lichaam.
Binnen de Basisscreening Darm worden verschillende markers bepaald die informatie kunnen geven over ontstekingsactiviteit of bloedverlies in het maag-darmkanaal:
✓ Hemoglobine
✓ Transferrine
✓ Calprotectine
✓ Lactoferrine
Afwijkende waarden moeten altijd binnen de context van de klachten worden geïnterpreteerd en kunnen aanleiding zijn om contact op te nemen met de huisarts of verder regulier onderzoek te laten doen.
Secretorisch IgA en beta-defensine 2 maken onderdeel uit van de afweer aan het darmslijmvlies. Het darmslijmvlies staat voortdurend in contact met voeding, bacteriën, virussen, parasieten, gisten en andere stoffen uit onze omgeving.
De waarden van secretorisch IgA en beta-defensine 2 geven informatie over de activiteit van deze lokale afweer en kunnen daarmee helpen om de conditie en belasting van het darmslijmvlies beter te beoordelen.
Alfa-1-antitrypsine en zonuline worden binnen ontlastingsonderzoek gebruikt als markers die informatie kunnen geven over processen rond het darmslijmvlies en de darmbarrière. Een verhoogde intestinale permeabiliteit – in de volksmond vaak een leaky gut of hyperpermeabele darm genoemd – kan samenhangen met verstoringen in de barrièrefunctie van de darm.
Bij zonuline is enige nuance belangrijk. Hoewel zonuline betrokken is bij de regulatie van de darmbarrière, staat de betrouwbaarheid van commerciële zonulinebepalingen als directe maat voor intestinale permeabiliteit wetenschappelijk ter discussie. Ik interpreteer deze waarde daarom nooit geïsoleerd, maar altijd in samenhang met andere onderzoekswaarden, klachten, voeding en voorgeschiedenis.
EPX (eosinophil protein X) is een marker voor activiteit van eosinofiele immuuncellen in de darm. Een verhoogde waarde kan onder andere voorkomen bij immunologische reacties op voeding, maar is niet specifiek genoeg om op zichzelf een voedingsallergie of -overgevoeligheid vast te stellen.
Bij een verhoogde waarde kan het daarom zinvol zijn om, afhankelijk van het klachtenbeeld, verder te onderzoeken welke factoren de immuunreactie veroorzaken.
Je krijgt een ingevuld laboratoriumformulier, het materiaal voor de monsterafname en instructies voor de afname mee naar huis. Je kunt zelf het moment van afname bepalen en stuurt het materiaal vervolgens volgens de instructies naar het laboratorium. Verzending is mogelijk op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag vóór 17.00 uur.
Na ongeveer twee weken ontvangt je orthomoleculair therapeut de resultaten. Vervolgens maken we een afspraak om de uitslagen uitgebreid te bespreken en het behandelplan waar nodig verder aan te scherpen.
De Basisscreening Darm kan aanleiding geven tot aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld wanneer er aanwijzingen zijn voor voedingsreacties of andere verstoringen die nader onderzocht moeten worden.
De kosten voor de Basisscreening Darm bedragen €282,-, exclusief de kosten van het consult.
Lees meer over orthomoleculaire therapie bij darmklachten en PDS.
Een ontlastingsonderzoek kan zinvol zijn bij aanhoudende darmklachten zoals een opgeblazen buik, diarree, obstipatie of buikpijn. Maar ook bij vermoeidheid, huidklachten of andere klachten kan het interessant zijn om naar de darm te kijken. De darm staat immers in nauw contact met het immuunsysteem, de lever en de hersenen. Of onderzoek daadwerkelijk zinvol is, bepaal ik altijd aan de hand van je klachten, voedingspatroon en voorgeschiedenis.
Niet helemaal. Het microbioom is één onderdeel van een uitgebreid ontlastingsonderzoek. De Basisscreening Darm kijkt daarnaast onder andere naar de vertering, ontstekingsmarkers, slijmvliesafweer, darmbarrière, gisten en schimmels. Dat bredere beeld vind ik belangrijk: alleen weten welke bacteriën aanwezig zijn, vertelt nog niet hoe goed het hele spijsverteringssysteem functioneert.
Ja. De darm communiceert voortdurend met andere systemen in het lichaam. Denk aan de darm-hersen-as, het immuunsysteem en de verwerking van hormonen en andere stoffen via darm en lever. Een verstoring in de darm hoeft zich daarom niet uitsluitend te uiten in buikklachten. Tegelijkertijd is de darm zelden het hele verhaal: ook maagzuurproductie, gal, voeding, stress en leefstijl kunnen een rol spelen.
Onderzoek moet wat mij betreft altijd een vraag beantwoorden. Soms geven een uitgebreide anamnese, voedingsanalyse en het klachtenpatroon al voldoende richting. In andere situaties kan ontlastingsonderzoek juist veel informatie toevoegen en voorkomen dat we maandenlang op basis van aannames behandelen.
De laboratoriumuitslag is voor mij geen losstaand behandeladvies. Tijdens het orthomoleculaire consult bekijken we de resultaten in samenhang met je klachten, voeding, leefstijl en voorgeschiedenis. Op basis daarvan bepalen we welke bevindingen relevant zijn en welke vervolgstappen passend zijn.
Drs. Evelyn Prinsen is orthomoleculair therapeut, kPNI-therapeut, coach en docent. In haar praktijk Boost Your Mood werkt zij vanuit een systemische benadering van gezondheid, waarbij niet alleen naar klachten en laboratoriumwaarden wordt gekeken, maar ook naar voeding, vertering, stress, leefstijl en voorgeschiedenis.
Ontlastingsonderzoek zet zij gericht in wanneer er aanleiding is om verder te kijken naar onder andere vertering, microbioom, darmbarrière en immuunactiviteit. Een laboratoriumuitslag staat daarbij nooit op zichzelf, maar wordt altijd geïnterpreteerd binnen het bredere klachtenbeeld.
Bischoff SC, et al. Intestinal permeability – a new target for disease prevention and therapy. BMC Gastroenterology. 2014.
Camilleri M. Leaky gut: mechanisms, measurement and clinical implications in humans. Gut. 2019.
Massier L, et al. Blurring the picture in leaky gut research: how shortcomings of zonulin as a biomarker mislead the field of intestinal permeability. Gut. 2021.
Turner JR. Intestinal mucosal barrier function in health and disease. Nature Reviews Immunology. 2009.
Morais LH, Schreiber HL, Mazmanian SK. The gut microbiota–brain axis in behaviour and brain disorders. Nature Reviews Microbiology. 2021.
Aburto MR, Cryan JF. Gastrointestinal and brain barriers: unlocking gates of communication across the microbiota–gut–brain axis. Nature Reviews Gastroenterology & Hepatology. 2024.