
Een voedingsintolerantie houdt in dat je lichaam moeite heeft om bepaalde voedingsmiddelen te verwerken, waardoor er een breed scala aan klachten kan ontstaan. Deze klachten kunnen op elke leeftijd optreden en zijn vaak divers van aard zoals vermoeidheid, spijsverteringsproblemen, huidirritaties of hoofdpijn.
Het opsporen van voedingsintoleranties is echter vaak een uitdaging. In tegenstelling tot allergieën, waarbij het lichaam vrijwel direct reageert, kunnen intoleranties zich pas uren of zelfs dagen na het eten van een bepaald voedingsmiddel openbaren. Dit maakt het moeilijk om een directe link te leggen tussen een voedingsmiddel en de klachten die het veroorzaakt.
Daarbij kunnen zelfs voedingsmiddelen die als ‘gezond’ bekend staan, zoals groenten, fruit of volkoren producten, klachten oproepen als het microbioom uit balans is of de darmwand verzwakt is.
Voor clienten die kampen met vage, moeilijk te verklaren klachten, kan het laten testen op voedingsintoleranties een waardevolle stap zijn.
In de orthomoleculaire therapie wordt veel belang gehecht aan het vinden van de juiste voeding voor elk individu, omdat dit een directe impact heeft op het functioneren van het immuunsysteem, de spijsvertering en de energiehuishouding.
Door voedingsmiddelen op te sporen die het lichaam niet goed kan verdragen, kun je met orthomoleculaire therapie betere resultaten behalen.
Voeding kan op verschillende manieren klachten veroorzaken. Bij een klassieke voedselallergie is het immuunsysteem betrokken en kunnen specifieke IgE-antistoffen een rol spelen. Daarnaast bestaan niet-IgE-gemedieerde voedselreacties en niet-immunologische intoleranties, zoals lactose-intolerantie. Deze verschillende reacties vragen ieder om een andere manier van onderzoeken.
Klachten die samenhangen met voeding zijn bovendien niet altijd eenvoudig te herkennen. Buikpijn, een opgeblazen gevoel, veranderde ontlasting, huidklachten of andere klachten kunnen verschillende oorzaken hebben en hoeven niet direct na het eten van een voedingsmiddel te ontstaan.
Binnen orthomoleculaire therapie kijk ik daarom niet alleen naar afzonderlijke voedingsmiddelen, maar naar het totale patroon: klachten, voedingspatroon, spijsvertering, darmgezondheid, eerdere reacties op voeding en eventuele andere onderzoeken.
Niet iedere reactie op voeding is hetzelfde. Daarom kunnen binnen mijn praktijk verschillende vormen van onderzoek worden ingezet. Welke test passend is, hangt af van je klachten, de snelheid waarmee je reageert en wat er precies onderzocht moet worden.
IgE-onderzoek kan worden ingezet bij verdenking op een klassieke voedselallergie. Dit type reactie is vaak relatief duidelijk en kan bijvoorbeeld gepaard gaan met jeuk, roodheid, zwelling of andere klachten kort na blootstelling aan een voedingsmiddel.
Onderzoek naar specifieke intoleranties kan gericht worden uitgevoerd wanneer een bepaald mechanisme wordt vermoed. Voor sommige intoleranties zijn bijvoorbeeld genetische/DNA-tests beschikbaar. Afhankelijk van de vraag kan ook ander gericht laboratoriumonderzoek worden ingezet.
IgG/IgG4-voedingsscreening gebruik ik in de praktijk vooral bij meer diffuse of moeilijk te herleiden klachten, waarbij iemand zelf geen duidelijk verband met voeding kan ontdekken. De test meet voedingsspecifieke IgG-reactiviteit. In de orthomoleculaire praktijk kan zo’n uitslag worden gebruikt als aanvullende informatie bij het systematisch onderzoeken van mogelijke voedselreacties. Daarbij kijk ik niet alleen naar de laboratoriumwaarde, maar ook naar de hoogte van de reactie, het klachtenpatroon, de voedingsanamnese en wat er gebeurt bij tijdelijke eliminatie en herintroductie.
Bij een voedselallergie reageert het immuunsysteem op een voedingsmiddel. Bij een IgE-gemedieerde allergie kunnen klachten snel ontstaan. De diagnose wordt gebaseerd op de klachten en voorgeschiedenis, aangevuld met gericht onderzoek zoals specifiek-IgE bloedtest.
Een intolerantie is strikt genomen geen allergische immuunreactie. Een bekend voorbeeld is lactose-intolerantie, waarbij onvoldoende lactase beschikbaar is om lactose goed af te breken.
Overgevoeligheid (IgG) is een bredere term voor ongewenste reacties op voeding. Soms is het onderliggende mechanisme duidelijk, maar dat is lang niet altijd het geval. Juist bij langdurige of moeilijk verklaarbare klachten kan het zinvol zijn om systematisch te onderzoeken welke rol voeding speelt.
Voedingsintoleranties kunnen mogelijk zeer uiteenlopende fysieke en mentale klachten veroorzaken zoals:
Via het laboratorium zijn verschillende voedingsscreeningen beschikbaar waarbij IgG1-4 en/of IgG4 tegen voedingsmiddelen wordt bepaald. Afhankelijk van de vraag kan worden gekozen voor een beperkte prescreening of een uitgebreidere screening van verschillende voedingsgroepen.
Een verhoogde IgG- of IgG4-reactiviteit betekent niet automatisch dat een voedingsmiddel een klinische intolerantie veroorzaakt. De uitslag wordt daarom altijd geïnterpreteerd in samenhang met het klachtenpatroon, de anamnese en het voedingspatroon. Waar nodig kan een eliminatie- en herintroductieperiode helpen om te beoordelen of een voedingsmiddel daadwerkelijk relevant is.
Bij verdenking op een voedselallergie of een specifieke intolerantie, zoals lactose-intolerantie of coeliakie, is andere diagnostiek aangewezen.


De kosten voor de prescreening uitgebreid plus totaal IgE zijn € 160,- (plus € 30,- voor het bloedprikken).
Afhankelijk van de klachten kunnen verschillende onderzoeken worden aangevraagd, waaronder IgE-onderzoek naar allergische reacties, IgG/IgG4-voedingsscreeningen en gericht onderzoek naar specifieke intoleranties. Voor sommige intoleranties zijn ook DNA-tests beschikbaar. Tijdens het consult bekijken we welke vorm van onderzoek het beste aansluit bij de vraagstelling.
Ja. We bespreken de uitslag tijdens een consult en vertalen deze naar praktische voedingsadviezen. Wanneer tijdelijke eliminatie zinvol lijkt, krijg je advies over welke voedingsmiddelen je vermijdt, hoe lang je dat doet en hoe je ze later eventueel weer kunt introduceren.
Een verhoogde IgG-waarde betekent niet automatisch dat een voedingsmiddel klachten veroorzaakt. Ik kijk naar de hoogte en het patroon van de reacties, je klachten en je huidige voedingspatroon. Vooral bij lichte verhogingen is langdurig volledig vermijden lang niet altijd mijn advies.
Dat verschilt per situatie. Het doel is doorgaans niet om voedingsmiddelen zonder noodzaak blijvend uit het dieet te verwijderen. Wanneer eliminatie wordt ingezet, spreken we af hoe lang deze periode duurt en wanneer en hoe herintroductie kan plaatsvinden. Zo kunnen we beter beoordelen of het voedingsmiddel daadwerkelijk relevant is voor je klachten.
Dan betekent dat niet automatisch dat je al deze voedingsmiddelen moet schrappen. Zeker wanneer belangrijke voedingsgroepen betrokken zijn, kijk ik naar prioriteit, klachten, voedingswaarde en haalbaarheid. Het uitgangspunt blijft een zo gevarieerd en volwaardig mogelijk voedingspatroon.
Specifiek IgE-onderzoek wordt gebruikt binnen de diagnostiek van IgE-gemedieerde voedselallergieën en past vooral bij een passend klinisch klachtenpatroon. In mijn praktijk kan een IgG-screening als aanvullende informatie worden gebruikt bij moeilijk te herleiden voedselgerelateerde klachten, waarbij de praktische relevantie vervolgens zorgvuldig wordt beoordeeld.
Ja, afhankelijk van de vermoedelijke intolerantie zijn andere onderzoeken mogelijk, waaronder in bepaalde situaties DNA-onderzoek. We bepalen eerst welk mechanisme waarschijnlijk is, zodat niet automatisch voor een brede voedingsscreening wordt gekozen.
Drs. Evelyn Prinsen werkt bijna 20 jaar als orthomoleculair therapeut, kPNI-therapeut en coach in Amsterdam. Binnen haar praktijk Boost Your Mood kijkt zij naar de samenhang tussen voeding, darmgezondheid, stress, leefstijl en fysieke en mentale klachten.
Onderzoeken worden daarbij niet als doel op zichzelf ingezet. De keuze voor een test hangt af van het klachtenpatroon en de vraagstelling, en uitslagen worden altijd geïnterpreteerd binnen het bredere gezondheidsbeeld. Waar nodig wordt geadviseerd om aanvullend regulier medisch onderzoek te laten verrichten.
Orthomoleculaire therapie
Lees hoe ik binnen orthomoleculaire therapie onderzoek welke factoren kunnen bijdragen aan klachten en hoe voeding, leefstijl en suppletie onderdeel kunnen zijn van een persoonlijk behandelplan.
→ Lees meer over orthomoleculaire therapie
Darmgezondheid & ontlastingsonderzoek
Bij aanhoudende buik- en spijsverteringsklachten kan het zinvol zijn om ook het darmmilieu, het microbioom en andere markers in de ontlasting te onderzoeken.
→ Lees meer over ontlastingsonderzoek
Onderzoeken & analyses
Naast onderzoek naar voedselreacties zijn verschillende andere laboratoriumonderzoeken mogelijk, afhankelijk van je klachten en de onderzoeksvraag.
→ Bekijk alle onderzoeken en analyses
Orthomoleculaire voeding
Meer weten over de rol van voeding, voedingsstoffen en individuele verschillen binnen de orthomoleculaire therapie?
→ Lees meer over orthomoleculaire voeding