Waarom je schildklier laten onderzoeken?
De schildklier speelt een belangrijke rol in de regulatie van de stofwisseling, energieproductie en lichaamstemperatuur. Veranderingen in de schildklierfunctie kunnen zich daardoor op verschillende manieren uiten.
Redenen om de schildklier uitgebreider te laten onderzoeken kunnen bijvoorbeeld zijn:
- aanhoudende vermoeidheid of concentratieproblemen
- onverklaarde gewichtsverandering
- snel koud hebben of koude handen en voeten
- veranderingen in stemming, energie of mentale helderheid
- haaruitval, een droge huid of broze nagels
- een vermoeden van een auto-immuunreactie tegen de schildklier
Wat meten we bij schildklieronderzoek?
Afhankelijk van je klachten en voorgeschiedenis kan het bloedonderzoek worden uitgebreid. Naast de gebruikelijke schildklierwaarden kunnen bijvoorbeeld worden bepaald:
TSH – het hormoon waarmee de hypofyse de schildklier aanstuurt.
Vrij T4 en vrij T3 – geven informatie over de beschikbare schildklierhormonen en de omzetting van T4 naar T3.
Reverse T3 (rT3) – een inactieve metaboliet van T4 die in specifieke situaties aanvullende informatie kan geven over het schildklierhormoonmetabolisme.
Anti-TPO en anti-Tg – antistoffen die kunnen passen bij een auto-immuunproces van de schildklier, zoals de ziekte van Hashimoto.
Welke waarden zinvol zijn om te bepalen, verschilt per persoon. Niet iedereen heeft daarom hetzelfde uitgebreide schildklierprofiel nodig.
Meer dan alleen een TSH-waarde
Bij schildklierklachten wordt vaak als eerste naar TSH gekeken. Dat is een belangrijke waarde, maar bij aanhoudende klachten kan het zinvol zijn om breder te kijken.
Binnen de orthomoleculaire therapie plaats ik de laboratoriumuitslagen daarom in de context van je klachten, voeding, stressbelasting, darmgezondheid en eventuele tekorten aan voedingsstoffen die betrokken zijn bij de schildklierfunctie en het schildklierhormoonmetabolisme.
Een uitgebreid schildklieronderzoek kan zo helpen om gerichter te bepalen waar verder onderzoek of ondersteuning zinvol is.