Waarom ik niet standaard alles test – en hoe ik wél naar gezondheid kijk

Waarom ik niet standaard alles test – en hoe ik wél kijk naar gezondheid

“Kunnen we niet gewoon alles testen? Dan weten we tenminste zeker dat we niets missen.”

Het is een vraag die ik regelmatig hoor in mijn praktijk. En eerlijk gezegd begrijp ik die heel goed.

Wanneer je al langere tijd klachten hebt, verschillende zorgverleners hebt bezocht of het gevoel hebt dat er nog iets over het hoofd wordt gezien, ontstaat al snel de behoefte om zoveel mogelijk te meten. Alsof gezondheid uiteindelijk een optelsom is van voldoende bloedwaarden, normale laboratoriumuitslagen en uitgebreide gezondheidstesten.

Toch is mijn antwoord meestal geen volmondig “ja”.

Niet omdat ik tegen onderzoek ben. Integendeel. Ik zet regelmatig aanvullend onderzoek in wanneer dat écht iets toevoegt. Maar ik geloof niet dat gezondheid begint bij zoveel mogelijk testen.

Sterker nog: meer meten leidt lang niet altijd tot meer begrip.

Gezondheid is geen spreadsheet

We leven in een tijd waarin vrijwel alles meetbaar lijkt. Van vitamines en hormonen tot darmbacteriën, genetische variaties en honderden biomarkers.

Dat heeft grote voordelen. De mogelijkheden om gezondheid beter in kaart te brengen zijn groter dan ooit.

Maar tegelijkertijd ontstaat er ook een risico.

Hoe meer cijfers we verzamelen, hoe groter de kans dat we vergeten waar gezondheid werkelijk over gaat: het functioneren van een levend systeem.

Een laboratoriumuitslag vertelt namelijk niet waarom een lichaam doet wat het doet. Hij laat alleen zien wat er op één specifiek moment zichtbaar is.

De foto en de film

Binnen mijn praktijk gebruik ik vaak een eenvoudige metafoor.

Een diagnose of laboratoriumuitslag is de foto.

Een foto kan ontzettend waardevol zijn. Je ziet wat er vandaag zichtbaar is. Misschien is er sprake van een vitamine D-tekort, een verhoogde ontstekingswaarde of een verstoring van de schildklierfunctie.

Maar gezondheid ontstaat niet op één moment.

Gezondheid is een film.

Een film waarin voeding, slaap, stress, darmgezondheid, hormonen, infecties, leefstijl, levensgebeurtenissen én persoonlijkheid voortdurend met elkaar samenwerken. Klachten ontstaan meestal niet doordat één systeem uitvalt, maar doordat meerdere systemen elkaar over langere tijd uit balans brengen.

Wanneer we alleen naar de foto kijken, missen we vaak het verhaal dat eraan voorafging.

Juist die film bepaalt waarom een lichaam uiteindelijk vastloopt.

Het begint dus met begrijpen.

De mens achter de uitslagen

Een ander aspect dat in de huidige gezondheidszorg gemakkelijk uit beeld raakt, is de mens achter de meetwaarden.

Steeds meer aspecten van onze gezondheid zijn meetbaar. Dat is een waardevolle ontwikkeling, maar het brengt ook een risico met zich mee: we kunnen gaan geloven dat gezondheid volledig te begrijpen is door voldoende biomarkers te verzamelen.

In mijn ervaring is dat niet zo.

Een laboratoriumuitslag vertelt niets over hoe iemand met stress omgaat. Niet over perfectionisme, verantwoordelijkheidsgevoel of de neiging altijd voor anderen te zorgen. Ook laat een bloedwaarde niet zien hoe iemand betekenis geeft aan gebeurtenissen, welke patronen zich al jarenlang herhalen of waarom iemand steeds opnieuw over zijn eigen grenzen gaat.

Juist deze factoren bepalen vaak hoeveel druk een lichaam dag in, dag uit moet opvangen.

Persoonlijkheid is daarom geen los psychologisch onderwerp naast de biologie. Ze beïnvloedt slaap, stressreacties, hormoonregulatie, voedingskeuzes, herstelgedrag en uiteindelijk ook het verbruik van energie en voedingsstoffen. Met andere woorden: persoonlijkheid is verweven met de biologie.

Sommige onderzoeken, zoals een Haar Mineraal Analyse, kunnen indirect langdurige stresspatronen of regulatietendensen zichtbaar maken. Ook vragenlijsten over neurotransmitters kunnen aanvullende informatie geven. Toch blijft geen enkele test in staat om het volledige verhaal van een mens te vertellen.

Daarom besteed ik tijdens een consult minstens zoveel aandacht aan iemands levensverhaal, gedrag en persoonlijkheid als aan laboratoriumuitslagen.

Een goede anamnese vertelt vaak al verrassend veel

Orthomoleculair therapeuten worden opgeleid om verbanden te herkennen.

Een uitgebreide anamnese geeft vaak al waardevolle informatie over mogelijke tekorten, belastingen en verstoringen. Niet omdat we kunnen raden, maar omdat biologie voorspelbare patronen kent.

Iemand die jarenlang weinig eiwitten eet, nauwelijks vette vis gebruikt, chronisch onder stress staat en slecht slaapt, heeft een grotere kans op tekorten aan bijvoorbeeld omega 3-vetzuren, selenium, jodium of hoogwaardige eiwitten dan iemand met een gevarieerd voedingspatroon en voldoende herstel.

Die informatie haal je niet uit één laboratoriumwaarde.

Die haal je uit het verhaal.

Stress verandert de behoefte van het lichaam

Chronische stress is hiervan misschien wel het beste voorbeeld.

Stress kost niet alleen energie, maar verhoogt ook het verbruik van voedingsstoffen. Onder langdurige stress neemt de behoefte aan onder andere magnesium, vitamine C, B-vitaminen, eiwitten en essentiële vetzuren toe.

Dat betekent dat twee mensen met exact hetzelfde voedingspatroon toch een heel verschillende voedingsstatus kunnen hebben.

Wie alleen naar bloedwaarden kijkt, mist soms dit verhaal.

Wat vertelt bloedonderzoek eigenlijk?

Bloedonderzoek is een waardevol hulpmiddel en ik maak er regelmatig gebruik van wanneer daar een goede aanleiding voor is.

Tegelijk is het belangrijk om te begrijpen wat bloedonderzoek wél en niet laat zien.

Een bloedwaarde geeft vooral weer wat er op dat moment in de bloedbaan circuleert en hoe het lichaam erin slaagt de interne balans te behouden. Het menselijk lichaam is uitzonderlijk goed in compenseren. Juist daardoor blijven bloedwaarden soms jarenlang binnen de referentiewaarden, terwijl iemand zich al langere tijd vermoeid voelt of minder belastbaar is.

Dat betekent niet dat bloedonderzoek onbetrouwbaar is.

Het betekent dat je moet begrijpen wat een bloedwaarde eigenlijk meet.

Voor sommige parameters, zoals vitamine D of ferritine, geeft bloed vaak een redelijk betrouwbaar beeld van de status.

Voor andere stoffen, zoals magnesium, zink of vitamine B12, zegt een bloedwaarde minder over de beschikbaarheid op celniveau of over het verhoogde verbruik door chronische stress. Bloedonderzoek is daarom vooral geschikt om duidelijke tekorten of medische afwijkingen uit te sluiten, maar vertelt lang niet altijd waarom iemand klachten ontwikkelt.

Waarom ik niet standaard alles test

Het doel van diagnostiek is niet om zoveel mogelijk cijfers te verzamelen.

Het doel is om betere vragen te beantwoorden.

Wanneer onderzoek zonder duidelijke hypothese wordt ingezet, ontstaan vaak losse uitslagen die moeilijk te interpreteren zijn. Dat kan leiden tot onrust, verwarring en onnodig hoge kosten, zonder dat het werkelijk meer richting geeft aan een behandeling.

Daarnaast vind ik het belangrijk om helder te zijn over de rol van een orthomoleculair therapeut. Veel regulier medisch onderzoek, zoals nuchtere glucose, HbA1c, cholesterol of ontstekingswaarden, hoort wat mij betreft primair thuis bij de huisarts. Mijn expertise ligt niet in het overnemen van reguliere diagnostiek, maar in het begrijpen van de samenhang tussen leefstijl, voeding, stress, darmgezondheid, hormonen en herstel.

Eerst begrijpen, dan gericht onderzoeken

Onderzoek speelt een belangrijke rol binnen mijn praktijk. Sterker nog: veel cliënten komen juist omdat zij behoefte hebben aan meer inzicht in wat er onder de oppervlakte speelt.

Het verschil zit niet in óf we onderzoeken inzetten, maar hoe.

Een goede anamnese helpt om een hypothese te vormen. Waar lijkt de ontregeling te ontstaan? Welke systemen verdienen extra aandacht? Welke vragen willen we eigenlijk beantwoorden?

Vanuit die basis kunnen we veel gerichter kiezen welk onderzoek daadwerkelijk waarde toevoegt.

Soms is bloedonderzoek de beste keuze. In andere situaties geeft een ontlastingsonderzoek, een Haar Mineraal Analyse of een hormoononderzoek juist veel meer inzicht in de onderliggende regulatie van het lichaam. Niet omdat deze onderzoeken beter zijn, maar omdat ze elk een ander deel van de film zichtbaar maken.

Juist door eerst naar de samenhang te kijken, voorkomen we dat we verdwalen in losse meetwaarden. Onderzoek wordt dan geen doel op zich, maar een hulpmiddel om de onderliggende oorzaak beter te begrijpen en de behandeling gerichter vorm te geven.

In een volgend artikel leg ik uit welke onderzoeken ik het meest gebruik, wanneer ik ze inzet en welke vragen ze kunnen beantwoorden.

Over de auteur

Drs. Evelyn Prinsen is sociaal wetenschapper, orthomoleculair therapeut, kPNI-therapeut en docent. In haar praktijk in Amsterdam begeleidt zij mensen met uiteenlopende gezondheidsklachten vanuit een systemische visie, waarin voeding, leefstijl, stress, darmgezondheid, hormonen en persoonlijkheid met elkaar samenhangen.

Door verder te kijken dan symptomen en labuitslagen en de bredere context mee te nemen, helpt zij cliënten inzicht te krijgen in de onderliggende oorzaken van hun klachten en gericht te werken aan duurzaam herstel.

Meer weten over haar werkwijze? Bekijk de pagina Orthomoleculair therapeut Amsterdam of lees meer over wat orthomoleculaire therapie is.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.