19 aug Welke gezondheidsonderzoeken zijn écht zinvol?

Welke gezondheidsonderzoeken zijn écht zinvol? Het verschil tussen een momentopname en een biologisch verhaal
“Welke onderzoeken raadt u eigenlijk aan?”
Het is een vraag die ik vrijwel wekelijks krijg. Veel mensen verwachten dat daar een vast antwoord op bestaat: een lijst met onderzoeken die voor iedereen zinvol zijn. Toch werkt het in de praktijk zelden zo. Niet omdat onderzoeken onbelangrijk zijn – integendeel – maar omdat de waarde van een onderzoek volledig afhangt van de vraag die je probeert te beantwoorden.
Een laboratoriumonderzoek is geen doel op zich. Het is een hulpmiddel om een hypothese te toetsen, een vermoeden te bevestigen of juist uit te sluiten. Daarom begin ik vrijwel nooit met de vraag welk onderzoek we gaan doen, maar met de vraag wat we eigenlijk willen begrijpen. Pas wanneer dat duidelijk is, kun je bepalen welke onderzoeken werkelijk iets toevoegen.
Een belangrijk onderscheid daarbij is dat sommige onderzoeken vooral laten zien hoe het lichaam op dit moment functioneert, terwijl andere juist inzicht geven in processen die zich gedurende weken, maanden of zelfs jaren hebben ontwikkeld. Beide zijn waardevol, maar ze vertellen een ander deel van het verhaal.
Bloed laat zien hoe het lichaam nu probeert balans te houden
Bloedonderzoek is een belangrijk hulpmiddel binnen de functionele geneeskunde. Het geeft informatie over hoe het lichaam op dit moment reageert op alles wat er gebeurt. Denk aan schildklierwaarden, ontstekingsmarkers, vitamine- en mineralenstatus, glucose, lever- en nierfunctie. Al deze waarden laten zien hoe het organisme op dat moment probeert de interne balans te bewaren.
Juist omdat bloed zo dynamisch is, moet een uitslag altijd in context worden geïnterpreteerd. Een verhoogde ontstekingswaarde vertelt dat er ergens een immuunreactie plaatsvindt, maar niet automatisch waarom. Een afwijkende schildklierwaarde zegt iets over de hormonale regulatie, maar niet noodzakelijk over de oorzaak van die verstoring. Het lichaam is voortdurend bezig zich aan te passen aan zijn omgeving, waardoor bloed vooral een momentopname vormt van een continu veranderend proces.
Speekselonderzoek laat vooral ritmes zien
Ook speekselonderzoek is grotendeels een momentopname, maar biedt tegelijkertijd iets wat bloed minder goed laat zien: het verloop gedurende de dag. Door meerdere keren te meten ontstaat een beeld van het cortisolritme en daarmee van de manier waarop het stresssysteem functioneert.
Word je ’s ochtends voldoende geactiveerd? Daalt cortisol geleidelijk gedurende de dag? Of blijft het juist ’s avonds verhoogd terwijl het lichaam zich zou moeten voorbereiden op slaap? Ook DHEA en geslachtshormonen kunnen via speeksel een waardevolle indruk geven van de hormonale regulatie.
Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat hormonen zelden de oorzaak van een probleem zijn. Ze vormen meestal de reactie op processen die zich elders in het lichaam afspelen.
Hormonen zijn vaak het eindpunt van een biologisch proces
Dat is misschien wel een van de belangrijkste inzichten binnen de functionele geneeskunde. Veel mensen zoeken de verklaring voor hun klachten in een te laag cortisol, een verlaagd progesteron of een afwijkende schildklierwaarde. In werkelijkheid zijn hormonen vaak de boodschappers van een veel groter verhaal.
Chronische stress, slaaptekort, ontstekingen, tekorten aan voedingsstoffen, een ontregeld immuunsysteem of een langdurig verstoord dag- en nachtritme kunnen uiteindelijk allemaal hun weerslag hebben op de hormonale regulatie. Hetzelfde geldt voor neurotransmitters. Ook serotonine, dopamine of GABA ontstaan niet geïsoleerd, maar zijn het resultaat van complexe biologische processen waarin voeding, darmgezondheid, immuunactiviteit, mitochondriën en het zenuwstelsel voortdurend met elkaar communiceren.
Wanneer we uitsluitend proberen het eindproduct te beïnvloeden, bestaat het risico dat we de processen die eraan voorafgaan over het hoofd zien.
Sommige onderzoeken kijken juist terug in de tijd
Waar bloed en speeksel vooral laten zien hoe het lichaam nu functioneert, geven andere onderzoeken juist inzicht in patronen die zich over een langere periode hebben ontwikkeld.
Een uitgebreid ontlastingsonderzoek vertelt bijvoorbeeld veel meer dan alleen welke bacteriën aanwezig zijn. Het laat ook zien hoe de vertering verloopt, hoe divers het microbioom is, of er aanwijzingen zijn voor ontstekingsactiviteit, hoe de darmbarrière functioneert en welke metabolieten door de darmflora worden geproduceerd. Dat zijn processen die zich niet in één dag ontwikkelen, maar het resultaat zijn van maanden of soms jaren van interactie tussen voeding, leefstijl, stress en immuunactiviteit.
Ook een Hair Mineral Analysis (HMA) kan, mits zorgvuldig geïnterpreteerd, informatie geven over langetermijnpatronen in de mineraalhuishouding. Geen enkel onderzoek vertelt de volledige waarheid, maar sommige onderzoeken kijken als het ware verder terug in de tijd dan andere.
Waarom ik zo vaak – maar niet altijd – bij de darm begin
Mensen zijn soms verbaasd wanneer ik bij vermoeidheid, hormonale klachten of zelfs psychische klachten relatief snel een ontlastingsonderzoek voorstel. Toch is dat vanuit een kPNI- en orthomoleculaire visie heel logisch.
De darm vormt niet alleen het centrum van de vertering, maar is nauw verweven met het immuunsysteem, de lever, de hersenen en uiteindelijk ook de hormonale regulatie. Een verminderde darmbarrière kan leiden tot voortdurende activatie van het immuunsysteem. Obstipatie zorgt ervoor dat afvalstoffen en galzuren langer in het lichaam blijven circuleren, waardoor de lever extra wordt belast en uiteindelijk ook de hormoonstofwisseling kan veranderen. Verstoringen in het microbioom beïnvloeden bovendien de productie van metabolieten die via de darm-hersen-as weer effect hebben op stemming, cognitie en gedrag.
Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om daar een nuance in aan te brengen. Binnen de orthomoleculaire geneeskunde lijkt de aandacht tegenwoordig soms volledig naar het microbioom te zijn verschoven, alsof iedere klacht uiteindelijk in de darm begint. Dat is mij te kort door de bocht.
Een gezond microbioom begint namelijk niet pas in de dikke darm. Het begint al bij een goede vertering in de mond en maag. Wanneer iemand door chronische stress weinig maagzuur produceert, eiwitten onvoldoende worden afgebroken of de afgifte van verteringsenzymen en gal tekortschiet, krijgt ook het microbioom andere voedingsstoffen aangeboden. De bacteriën in de darm reageren immers op wat er daadwerkelijk aankomt. In dat geval kun je probiotica gebruiken of het microbioom proberen te optimaliseren, maar wanneer de vertering hoger in het spijsverteringskanaal structureel tekortschiet, blijft de onderliggende oorzaak bestaan.
Daarom kijk ik liever naar het hele spijsverteringskanaal als één geïntegreerd systeem. Van kauwen en maagzuurproductie tot gal, alvleesklier, darmbarrière en microbioom: iedere schakel beïnvloedt de volgende. Juist die samenhang bepaalt uiteindelijk hoe goed voeding wordt verteerd, opgenomen en omgezet in energie.
De darm is daarom zelden het enige probleem, maar vaak wel een belangrijke schakel in een veel groter netwerk van biologische processen.
Uiteindelijk onderzoek ik geen laboratoriumwaarden, maar mensen
Een goed behandelplan begint voor mij niet bij een laboratoriumformulier, maar bij een zorgvuldig gesprek. Persoonlijkheid, levensgeschiedenis, chronische stress, slaap, voeding, beweging en overtuigingen beïnvloeden allemaal hoe het lichaam zich aanpast. Daarom kijk ik – wanneer dat relevant is – niet alleen naar bloed, ontlasting of speeksel, maar ook naar persoonlijkheidskenmerken, stresscoping en neurobiologische voorkeuren. Instrumenten zoals de Big Five of gevalideerde vragenlijsten kunnen helpen om die context beter te begrijpen.
Biografie wordt biologie. Laboratoriumuitslagen krijgen pas betekenis wanneer ze worden geplaatst binnen het verhaal van de mens die tegenover mij zit. Niet één onderzoek, maar de samenhang tussen biologie, gedrag en levensverhaal vormt uiteindelijk de basis voor een persoonlijke aanpak.
Verder lezen
Wil je meer weten over een gezonde darm, hormonen of de orthomoleculaire benadering? Dan zijn deze artikelen wellicht interessant:
- Wat is orthomoleculaire therapie? – Ontdek hoe voeding, leefstijl en biochemie samen de basis vormen voor een persoonlijke aanpak.
- Waarom ik niet standaard alles test – Waarom méér onderzoeken niet automatisch leiden tot betere zorg.
- Orthomoleculaire voeding – Hoe voeding kan bijdragen aan herstel en het ondersteunen van de natuurlijke processen in het lichaam.
- Ontlastingsonderzoek – Wanneer een uitgebreid darmonderzoek waardevolle inzichten kan geven in vertering, microbioom en darmgezondheid.
Over de auteur
Drs. Evelyn Prinsen is orthomoleculair therapeut, kPNI-therapeut, coach en docent. In haar praktijk Boost Your Mood combineert zij inzichten uit de orthomoleculaire geneeskunde, kPNI, psychologie en leefstijlgeneeskunde. Daarbij staat niet één laboratoriumuitslag of symptoom centraal, maar de mens als geheel. Vanuit de overtuiging dat biografie uiteindelijk biologie wordt, onderzoekt zij hoe voeding, leefstijl, persoonlijkheid en omgeving samen bijdragen aan gezondheid en herstel.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.